Naar aanleiding van mijn blog-posts over de FIRE-status en de begroting voor 2026 kreeg ik een vraag van Luxe Of Zuinig. De vraag was hoe ik om wil gaan met het opmaken van de pot met geld.
Zoals Luxe Of Zuinig terecht constateert hebben wij geen kinderen, dus het in stand houden van de pot is niet perse nodig. En onze huidige ruime maandelijkse bijdrage betekent dat de pot alleen maar verder zal groeien. Daardoor hebben wij een zeer grote kans dat de pot nooit echt grote deuken gaat oplopen.
Formaliteiten geregeld
Dit is inderdaad wel een vraagstuk dat mij bezighoudt. Ook omdat ik niet van plan ben om mijn levensduur tot het maximale te rekken. Kwaliteit van leven is belangrijker dan lengte van het leven. Ook daar heb ik al lang en diep over nagedacht en er ook al mijn maatregelen voor getroffen. Als er lijden in zicht komt, of het is genoeg geweest, dan gaat de stekker er gewoon uit.
Ook werk ik nog steeds minimaal één keer per jaar mijn Achterblijversdocument bij. Recent heb ik het zelfs uitgebreid met een compleet draaiboek voor mijn uitvaart. De aanleiding was een aantal uitvaarten in de afgelopen jaren. De meeste van een soort die ik absoluut niet voor mijzelf zou willen. Toen ik er dus één trof die me wel aansprak (eenvoudig, kort, de borrel met bittergarnituren na afloop was het belangrijkste onderdeel) heb ik het draaiboek toegevoegd aan mijn document. Ik hoop nog steeds dat het niet heel snel nodig gaat zijn, maar dan is het er in elk geval. Hoeven de nabestaanden daar geen tijd en energie in te steken.
Al sinds 2013 hebben Vriendin en ik allebei een testament dat de financiële nalatenschap regelt. We willen daar nog wat dingen aan bijstellen, maar dat staat niet echt hoog op onze prioriteitenlijst. Iets met struisvogels en zand en een kop.
De strategie
Tsja. Die pot met geld. Ook een luxe-probleem natuurlijk.
Ons idee is nog steeds dat die pot geld echt wel voor een groot deel op gaat. Vriendin is 6,5 jaar jonger dan ik ben, en we willen eigenlijk tegelijk stoppen met werken. Daar moet dus 6,5 jaar extra overbrugd worden totdat haar pensioenpotten beginnen met uitbetalen. Vriendin sputtert heel erg tegen dat ze dat allemaal zelf moet kunnen, en emancipatie en slimme meiden die op hun toekomst zijn voorbereid en economische zelfredzaamheid en zo. Dat is allemaal waar en zeer te waarderen, maar stilletjes hoop ik toch dat ze op enig moment ook een stukje van mijn pot accepteert om zelf eerder te kunnen stoppen. Samen stoppen is veel leuker!
En eigenlijk mag die pot ook al wel grotendeels leeg zijn als die pensioenpotten beginnen met betalen. We hebben allebei al meer netto-pensioen opgebouwd dan we nodig hebben voor onze huidige levensstijl. We zijn erg nieuwsgierig naar de verrassingen die het ABP voor ons in petto heeft bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. We hopen natuurlijk op net zulke mooie berichten als bij sommige andere fondsen, maar dat weten we eenvoudigweg nog niet.
Als het tegenvalt en als de pensioenaangroei de komende decennia geen gelijke tred houdt met de inflatie, dan is het natuurlijk wel handig als er nog wat vermogen over is. Eind 2026 wordt een belangrijk ijkmoment. Dan weten we hoe ons pensioen bij het ABP er in het nieuwe stelsel uitziet.
Leven nadat het betaalde werk stopt
Bijna drie jaar geleden schreef ik al over mijn plannen nadat het betaalde werk stopt. Leven van dividendinkomen, aangevuld met de verkoop van kleine plukjes beleggingen als dat nodig is. Neveninkomen alleen als het bijbehorende werk héél erg leuk is, maar het zou niet iets moeten zijn dat nodig is.
In de financiën heb ik vooral ruimte gemaakt voor verduurzaming. Huize Elders beter achterlaten dan we het aantroffen. Maar ook ruimte voor leuke dingen. We (ik vooral) hebben nog maar een heel beperkt aantal wensen qua grote reizen. Ik zou graag nog eens naar zuidelijk Afrika om de grote wilde dieren te zien voordat wij mensen ze definitief uitroeien in onze oneindige domheid en hebzucht. En ik wil graag nog een keer terug naar het Verre Warme Land om een deel van de as van Hondje uit te strooien. Maar daar houdt het dan wel op. ‘Building the life that you don’t need vacation from’ is niet voor niets de ondertitel van deze blog.
De reserve voor de laatste fase
Ons huis is het potje voor de laatste fase van het leven. De realiteit gaat zijn dat we hier niet eeuwig kunnen blijven wonen. Op enig moment kunnen we de tuin niet meer aan. Dat was voor de vorige bewoners van Huize Elders ook de reden om te vertrekken, met pijn in hun hart.
Als we hier weggaan komen we in een andere levensfase. Een fase waarin het waarschijnlijker wordt dat we meer zorg en ondersteuning nodig hebben. Ouders met kinderen hebben dan de illusie dat de kinderen voor hen zullen zorgen. Wij hebben die kinderen illusie niet. Wij zullen die zorg en ondersteuning in moeten kopen. Net als die nu nog hoopvolle ouders.
Op dat moment zijn er nog onze pensioenuitkeringen, mogelijk een restje vermogen, en de netto opbrengst (verkoopwaarde -/- eventuele resthypotheek) van Huize Elders. Dat zou genoeg moeten zijn.
Zoals ik al schreef, het is niet mijn bedoeling om het leven zo lang mogelijk te rekken. Er komt een moment dat ik de stekker eruit wil trekken. Daarom heb ik mijn wilsverklaringen. De boel onnodig rekken en lijden met bijbehorende hoge zorgkosten? Niet als het ook maar enigszins aan mijzelf ligt. Die pot voor de laatste fase gaat dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid groot genoeg zijn.
Wat er overblijft…
Er zal dus nog wel wat geld overblijven nadat wij dood en gecremeerd / geresomeerd zijn. Wat daarmee gebeurt? Dat staat in ons testament. En dat maakt mij dan eigenlijk ook geen donder meer uit. Ik hoop dat de mensen en/of organisaties die ik tegen die tijd iets nalaat er mooie en nuttige dingen mee zullen doen.
Hoe heb jij de dingen geregeld voor de volgende levensfasen?