In februari van dit jaar werden de eerste kweekbakjes in stelling gebracht, en werden de eerste zaadjes in de grond gelegd. Dit ‘voorzaaien’, op de vensterbank boven de verwarming, was de start van het Moestuinjaar 2025. Maandelijks nam ik jullie in mijn Tuindagboek mee in de hoogte- en dieptepunten van het moestuinjaar.
Inmiddels is de kas geruimd (en is er rucola gezaaid voor de winterteelt). Idem zijn de meeste moestuinvakken leeg, al staat er nog prei en spruitjes die de komende maanden geoogst zullen worden, en knoflook die we in de vroege zomer van volgend jaar zullen oogsten. Het moestuinjaar, ons eerste volledige moestuinjaar in Elders, is officieel voorbij. Tijd dus voor een terugblik. Een evaluatie. Wat ging er goed, wat kan er beter? Welke lessen leer ik daarvan voor komende jaren?
Trots en tevreden
Allereerst, ik ben heel trots en tevreden. In mijn stoutste dromen had ik niet durven dromen dat er zoveel oogst van onze eigen grond zou komen. En dat ik zoveel voldoening zou halen uit mijn eigen werk, het verzorgen van al die plantjes. Vrijwel allemaal vanuit een zaadje opgekweekt. Ik was vergeten hoe intensief en druk een moestuin kan zijn. En de intensiteit en dagelijkse aandacht die een kas vereist is sowieso nieuw voor mij. In combinatie met al die andere projecten en projectjes was het meer werk dan ik op sommige momenten aankon. Realistischere ambities, en projecten beter spreiden, dat is het devies voor volgend jaar.
Wijze lessen
Er zijn ook lessen te trekken. Dingen die ik volgend jaar anders wil gaan doen.
Volgend jaar ga ik voor meer diversiteit aan groenten en fruit, en minder planten per soort. Op een gegeven moment hadden we het wel gehad met de twintig varianten van gevulde bolcorgette. Minder planten dius, behalve van de soorten waarvan ik moet accepteren dat slakken en rupsen een deel verorberen. We hadden een explosie van koolwitjes in de maand nadat ik mijn broccli en spruitkolen geplant had. En toch hebben we een goed oogst gehad van beide soorten.
Complicerende factor: Ik ben erachter gekomen dat ik het heel moeilijk vind om zelf opgekweekte plantjes niet te gebruiken…. Een zaadje in een kweekpotje, trouw elke dag besproeien, het groene kopje boven de grond uit zien komen, verspenen, grotere kweekbakjes, op zien groeien in de kas… Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om die plantjes weg te doen, om ze niet de kans te geven om vrucht te dragen. Ik heb een aantal planten weggegeven, maar we hebben ook maandenlang komkommers uit eigen kas gegeten. En ik noemde al de bolcourgettes.

Ook ga ik voor meer spreiding in de tijd. Dus dezelfde planten met vier of zes weken tussenpozen uitzaaien, en beter kijken naar een mix van planten die het hele seizoen vrucht dragen. Dat wil ik bijvoorbeeld doen voor de (snack)komkommers. Sommige gewassen kan ik ook zowel binnen in de kas als buiten telen, om het seizoen te verlengen.
Verder moet ik investeren in verwerkingscapaciteit, en vooraf nadenken wat ik met opbrengsten ga doen. We verbouwen echt te veel om het zelf meteen op te eten. Oogsten als het rijp is, en invriezen, inmaken, verwerken tot jam of sap. Misschien een weckketel en een wijnmakersset. Hier heb ik echt nog iets te doen.

Ik heb me ook gerealiseerd dat ik eerder te veel dan te weinig water geef. Bovendien gaf ik dit jaar ’s avonds water in de kas. ’s Ochtends is beter. Water voor de warme dag, en minder kans op schimmel later in de zomer als de nachten vochtiger worden.
We hebben dit jaar behoorlijk geïnvesteerd in de kwaliteit van de grond. Er is een paar kuub compost de tuin in gegaan, en specifieke plantjes hebben mest gekregen. Maar de grond is hier nog armer dan we dachten, en klinkt snel in. We zullen hier ook de komende jaren nog stevig in blijven investeren.
Verder wil ik komend jaar meer fruitstruiken (frambozen/bramen). We zijn een deel van de tuin hier al voor aan het voorbereiden. Vogelnetten gingen in de ban nadat Vriendin een hysterisch piepende jonge merel had moeten bevrijden. We hebben zelf meer fruitopbrengst nodig, maar moeten ook accepteren dat een deel voor de vogels is. De oplossing: meer struiken.
Tot slot moet ik komend jaar beter op de tomaten letten en nog vaker dieven. Ik heb de planten te dicht laten groeien. Daardoor had ik uiteindelijk een korter seizoen omdat een aantal planten ten prooi viel aan de meeldauw. Er ligt een kilo of 15 in de diepvries, maar dat had dus nog meer kunnen zijn.
Welke lessen trek jij uit het tuinseizoen?



Dat mijn balkon echt moordend is voor zo ongeveer alles wat groeit en bloeit. Een keer de parasol niet openen en alles is aan het eind van de dag verbrand. Soms is mijn balkon te zonnig in het zuiden.
Volgend jaar maar een paraplu boven de plantenbak zetten.
Dat ik zeer tevreden ben met 2 rode bessenstruiken, acht aardbeienplanten en een bramenstruik.
En nu kijk ik uit over het gras naar het weiland en zie elke dag enorme molshopen opkomen. Ook bij ons. Het zij zo.
Bij ons in de Liemers is de samenstelling van de grond vette rivierklei. Houdt prima water vast. Hoef je alleen maar wat te vermengen met compost. Het groeit en bloeit hier als een tierelier.
Je geeft aan geen vogelnetten te willen gebruiken. Je kunt ook fijn kippengaas gebruiken om bepaalde planten te beschermen. Of zelfs speciale tuinnetten. Deze hebben een hele fijne gaatjes, denk aan 0,8 mm doorsnede. Ik gebruik deze tegen het koolwitje. Werkt perfect.
Ik weet niet hoe goed je Duits is, maar anders neus een rond op de website van Kraut und Rüben. Hierop vindt je heel veel tips over natuurlijke bestrijdingsmiddelen en beschermde producten voor je tuin.
Ik ben vaak te zuinig met zaaien. Ik vergeet steeds dat er ook heel veel zaad niet ontkiemd als je het direct in de volle grond zaait. Dan ben ik trots op de mooie knolvenkel, maar helaas zijn het er maar drie… 🙂
Herfstframbozen zijn een aanwinst voor je tuin. Ze geven ontiegelijk veel vruchten en krijgen steeds nieuwe stekken erbij. Wij hebben hier ook veel vogels, maar de frambozen laten ze met rust.
Mijn belangrijkste balkontuinierles blijft dat water geven in de zomer niet bij te houden is, maar dat snijbiet alles overleeft.
Als je wil gaan proberen of wecken iets voor je is: beginnen kan ook met een (grote) soeppan en een keukenthermometer, als je potten maar goed onder staan. Je kunt een doekje op de bodem van de pan leggen in plaats van zo’n rekje. Een (Amerikaanse) hogedrukweckpan is een ander spelletje, maar voor gewoon wecken van afdoende zure inhoud heb je niks bijzonders nodig.