Box 3 duidelijkheid

De discussie hangt al jarenlang als een donderwolk boven de rekenmodelletjes van iedereen die bezig is met financiële onafhankelijkheid. Wat gaat er gebeuren met Box 3 van ons belastingstelsel? Mijn alter ego Geldnerd schreef er regelmatig over. En afgelopen jaar kreeg Meneer Elders regelmatig de vraag of hij er ook nog eens aandacht aan ging besteden.
Op die vraag gaf ik steeds hetzelfde antwoord. Ik wilde afwachten tot er eindelijk eens iets duidelijk is. Iets vastgesteld is in de Tweede Kamer, en voorligt bij de Eerste Kamer. Ik had geen zin om mee te doen met alle speculaties na het zoveelste politieke proefballonnetje, alle paniekzaaierij, en alle tirades over de onredelijkheid. Zijn de huilende spaarders nu vervangen door de huilende beleggers? Ik dacht altijd dat wij beleggers stoer waren en met risico om konden gaan.
Maar nu is het moment gekomen. De afgelopen weken is er op diverse momenten gedebatteerd in de Tweede Kamer, en op dinsdag 10 februari is er gestemd over de moties. Vandaag, donderdag 12 februari, volgen de amendementen en het wetsvoorstel. Als de wet wordt aangenomen gaat die naar de Eerste Kamer, en als die ook ja zegt weten we eindelijk zeker waar we aan toe zijn.
Beschouwing op belastingen
Ik vind het redelijk om belasting te betalen over mijn inkomen. Ons land en onze voorzieningen zijn niet gratis. Als we allemaal alleen maar binnenharken en niet ook bijdragen is het snel afgelopen. In die zin heb ik meer moeite met alle aftrekposten en cadeautjes voor ‘ondernemers’ in Box 2, dan met de belastingen in Box 1 en Box 3. Mijn eigen inkomen wordt al bijna 25 jaar betaald uit de opbrengsten van die belastingen. Eigenlijk betaal ik mijzelf…
Ons huidige belastingstelsel dateert alweer uit 2001. Toen betaalde ik ook al belasting. Zolang als ik me kan herinneren is er discussie over Box 3. Het was een simpele vermogensrendementsheffing van 30,0 procent over een fictief rendement van 4,0 procent, dat werd aangeslagen op de saldi van 1 januari van het betreffende belastingjaar. Feitelijk hoefde je maar (30,0% * 4,0% =) 1,2 procent belasting te betalen over je vermogenssaldi van 1 januari van het belastingjaar. Alles wat je er in het jaar bij spaarde werd pas in het daaropvolgende jaar belast. Omdat met name de rendementen op sparen eigenlijk structureel ver beneden die 4,0 procent fictief rendement zaten werd de roep om een hervorming steeds luider, er moest naar werkelijk rendement gekeken worden. Want dat was ‘eerlijker’. Ik vond overigens deze mooie historie van de vermogensrendementsheffing in Nederland.
Daarna werd het een klassiek-Nederlandse politieke puinhoop. De snelle wisselingen van regeringen hielpen daar vast en zeker niet bij. Wat er ook doorheen fietste was dat er ook nog ‘herstel’ gepleegd moet worden voor iedereen die ‘slachtoffer’ is van de oude regeling. Ik heb zelf ook mijn claim neergelegd voor het enige jaar waarin mijn feitelijk rendement lager was dan de fantasie van de Belastingdienst.
Wat is ‘aanwas’ eigenlijk?
We hebben het over een vermogensaanwasheffing. Een heffing op de aanwas van je vermogen. In het Memorie van Toelichting, de uitleg van de wet in min-of-meer-gewone mensentaal, lees ik op pagina 8 de definitie. De vermogensaanwas wordt bepaald door de volgende vermogensvergelijking:
- Het verschil tussen de waarde in het economische verkeer aan het eind van het kalenderjaar van de bezittingen en schulden, en de waarde in het economische verkeer aan het begin van het kalenderjaar van de bezittingen en schulden;
- verminderd met de stortingen; en
- vermeerderd met de onttrekkingen.
In gewone mensentaal: de waarde van je spaargeld en je beleggingen op 31 december minus de waarde van je spaargeld en je beleggingen op 1 januari, waarbij je stortingen er van af moet trekken maar opnames erbij op moet tellen. Dat wordt meer rekenwerk dan de oude ‘hier heb je jouw saldi op 1 januari’ overzichtjes bij de aangifte inkomstenbelasting.
Wat is redelijk?
Nederland is geen uitzondering. Al in 2020 las ik internationale vergelijkingen waaruit bleek dat veel landen worstelen met het op een realistische manier belasten van vermogen. Schrale troost.
Internationaal gezien is het wel vrij uitzonderlijk dat Nederland kiest voor de invoering van een vermogensaanwasheffing. Hierbij reken je ieder jaar af over de aanwas van je vermogen. De meeste andere landen gaan uit van een vermogenswinstheffing op het moment van verkoop (realisatie). Ergens snap ik de Nederlandse keuze wel. Afrekenen op het moment van realisatie geeft veel meer mogelijkheden om het betalen van belasting eindeloos uit te stellen (door de liefhebbers eufemistisch ‘optimaliseren’ genoemd, al spreek ik liever van ‘ontwijken’). Een vermogensaanwasheffing zorgt voor gelijkmatiger inkomsten voor de overheid. Daar ben ik als financial dol op, en het Ministerie van Financiën dus vast en zeker ook. Maar afgelopen dinsdag is er wel een motie aangenomen die het kabinet oproept om uiterlijk op Prinsjesdag 2028 met een nieuw plan te komen voor een vermogenswinstheffing. We zullen zien wat het kabinet Jetten-1 (of wie er tegen die tijd ook moge zitten) daarmee gaat doen.
In het wetsvoorstel lees ik in artikel 2.13 dat het belastingtarief op het belastbare inkomen uit sparen en beleggen 36,0 procent gaat bedragen. Als het belastbare inkomen uit sparen en beleggen negatief is, dan is het tarief 0,0 (nul) procent. Een verlies gaat dus niet leiden tot een aftrekpost in het betreffende belastingjaar. Dat is jammer, maar anders zouden slechte beursjaren heel duur worden voor de overheid.
Die 36,0 procent over de werkelijke vermogensaanwas klinkt fors hoger dan de ‘oude’ 30,0 procent over een fictief rendement. En is dat ook. Ik hoorde niet bij de mensen die geloofden dat we minder zouden gaan betalen dan de 1,2 procent uit de oude regeling. En als ik dat nieuwe tarief naast de belastingtarieven 2026 in Box 1 zet, dan ligt die 36,0 procent opvallend dicht bij het tarief van de eerste schijf in Box 1. Over je vermogensaanwas betalen de meeste loonslaven dus ongeveer net zoveel belasting als over hun reguliere salaris.
| Schijf | Belastbaar Inkomen | Percentage |
| 1 | t/m € 38.883 | 35,75% |
| 2 | Meer dan € 38.883 t/m € 78.426 | 37,56% |
| 3 | Meer dan € 78.426 | 49,50% |
In een van de laatste debatten over het voorstel werd overigens de vraag gesteld of ook in Box 3 met verschillende schijven gewerkt kan gaan worden. Er ligt vandaag een amendement voor die naast de 36,0 procent ook een ’toptarief’ van 49,5 procent voorstelt voor grote vermogensaanwassen. De minister noemt het een majeure aanpassing die hij nu niet meer mee kan nemen. Maar dat ideetje gaat vast nog wel een keer terugkomen.
Verliesverrekening
Omdat het werkelijke inkomen in een belastingjaar – anders dan bij het huidige forfaitaire inkomen – negatief kan zijn wordt er in de nieuwe Box 3 wel een mogelijkheid van verliesverrekening geïntroduceerd. In het Memorie van Toelichting is er een hele paragraaf (3.5 vanaf pagina 18) aan gewijd. Er komt ‘carry-forward’ verliesverrekening. Dus € 2.000 verlies in jaar 1 leidt tot nul belasting in jaar 1, maar kan in jaar 2 weggestreept worden tegen € 2.000 winst zodat je netto over die twee jaar geen belasting betaalt. Je kunt er van alles van vinden, maar ik vind het beter dan niks. Er ligt vandaag een amendement voor om ook achterwaartse verliesverrekening mogelijk te maken.
Heffingsvrije opbrengst
Het heffingsvrije vermogen uit de oude regeling wordt vervangen door een heffingsvrije opbrengst. Logisch, als je een belasting op de opbrengsten van het vermogen invoert. In het wetsvoorstel is die heffingsvrije opbrengst vastgesteld op € 1.800. Daarmee zullen de meeste Nederlanders met spaargeld geen Box 3 belasting meer betalen. Uitgaande van gemiddeld 1,5 procent spaarrente heb je dan namelijk meer dan € 120.000 aan spaargeld (zonder nieuwe inleg) nodig. Het ‘mediane’ spaarsaldo in Nederland lag in 2024 rond de € 21.000.
Voor beleggers ligt dit al snel anders. Met een langjarig gemiddelde van ongeveer 7,0 procent op een goed gespreide beleggingsportefeuille en regelmatige inleg zul je er al snel boven zitten. Pak nog wat dividendinkomen mee en hoppakee. Binnen een paar jaar mag je meebetalen! Welkom bij de rijken!
Eigen Woning
In alle berichtgeving en blogposts zag ik ook vaak paniek over de eigen woning. Veel mensen menen dat die ook in Box 3 opgenomen zou worden, en dat je dus belasting zou gaan betalen over de stijging van de WOZ-waarde. Maar in het Memorie van Toelichting zie ik op pagina 20 in de eerste alinea onder 3.7 toch echt de zinsnede ‘Onder het stelsel in box 3 vallen nadrukkelijk […] ook niet de eigen woning, het hoofdverblijf, die ook tot box 1 behoort’.
Paniek om niks dus. De eigen woning blijft in Box 1 en de hypotheekrenteaftrek is door de nieuwe coalitie ook alweer van de ondergang gered. Dat er belasting betaald moet worden over vakantiehuisjes en verhuurpandjes en de opbrengsten daarvan lijkt me dan niet meer dan terecht. Het is onderdeel van je vermogen.
‘Ik heb al belasting betaald’
Als je het hebt over de vermogensbelasting dan hoor je mensen vaak zeggen dat die oneerlijk is. Over dat geld is immers al belasting betaald, het verschil tussen je bruto en netto inkomen. Dat klopt.
Maar als je het geld uit zou geven betaal je ook nog minstens één keer belasting, namelijk de BTW. Meestal 21,0 procent. Om nog maar te zwijgen over alle accijnzen en heffingen op alcohol, benzine, en dat soort producten. Ook belastingen. Dat vinden we blijkbaar wel normaal. Dus dubbele belastingheffing als argument tegen Box 3 vind ik een drogredenering.
Overigens geloof ik nog steeds in de redelijkheid van de politiek. Dat, als er ongewenste neveneffecten zijn of groepen mensen onevenredig hard geraakt worden, er een redelijke meerderheid zal zijn die de scherpe kantjes er af haalt. Maar ik schijn één van de laatste Nederlanders te zijn die hier nog in gelooft.
Nieuw versus oud
Tijd voor een kleine vergelijking van mijn belasting op aandelen in het oude en nieuwe stelsel. Ik ga daarbij uit van de tarieven en rendementen over 2025.
Het voorbeeld neemt een eenvoudige ‘kopen-en-vasthouden’ belegger zoals ikzelf. Elke maand leg ik een vast bedrag in en daar koop ik mijn vaste ETF voor. Gedurende het jaar ontvang ik ook dividend. Dat leg ik meteen weer in.
Met het herbeleggen van dividend moet ik opletten. Die moet ik wel aftrekken van mijn opbrengsten anders betaal ik twee keer belasting, namelijk als opbrengst en als aanwas.
Ik ga uit van de onderstaande fictieve gegevens over 2025.
| Omschrijving | Waarde |
| Waarde portefeuille 1 januari | € 200.000 |
| Maandelijkse inleg | € 1.000 |
| Waarde portefeuille 31 december | € 235.000 |
| Ontvangen dividend | € 5.000 |
| Onttrekkingen | € 0 |
Laten we eens kijken wat het verschil gaat zijn. We beginnen in het oude stelsel.
Oude Box 3
Forfaitair rekent de Belastingdienst over 2025 met een rendement op aandelen van 5,88 procent. Het tarief in Box 3 over 2025 is 36,0 procent. In de oude systematiek betaal ik daarmee (36,0% * 5,88% =) 2,1168 procent over de waarde van mijn beleggingen per 1 januari 2025.
Maar daar mag ik het heffingsvrij vermogen nog van af trekken. In 2025 is dat € 57.684, lees ik bij de Belastingdienst. Ik betaal dus maar belasting over € 200.000 -/- € 57.684 = € 142.316.
Dat is dus 2,1168% * € 142.316 = € 3.012. Effectieve belastingdruk op het saldo van 1 januari is dan (3.012 / 200.000 =) 1,506 procent.
Nieuwe Box 3
Eerder in deze wederom veel te lange blogpost schreef ik dat de aanwas berekend wordt door de waarde van je spaargeld en je beleggingen op 31 december minus de waarde van je spaargeld en je beleggingen op 1 januari te nemen, waarbij je stortingen er van af moet trekken maar opnames erbij op moet tellen. Dat wordt meer rekenwerk dan de oude ‘hier heb je jouw saldi op 1 januari’ overzichtjes bij de aangifte inkomstenbelasting. In het eerdergenoemde Memorie van Toelichting vond ik gelukkig wat rekenvoorbeeldjes.
| Omschrijving | Waarde | |
| Waarde 31 dec -/- waarde 1 jan | = | € 35.000 |
| Aanwasvoordeel: dividend | + | € 5.000 |
| Stortingen: 12 * 1.000 | -/- | € 12.000 |
| Stortingen: dividend herbelegd | -/- | € 5.000 |
| Onttrekkingen | + | € 0 |
| Totaal Vermogensaanwas | = | € 23.000 |
| Heffingsvrije opbrengst | -/- | € 1.800 |
| Belastbare Vermogensaanwas | = | € 21.200 |
| Belastingen (36,0% tarief) | = | € 7.632 |
De effectieve belastingdruk op het saldo van 1 januari is dan ( 7.632 / 200.000 =) 3,816 procent. Met de voornoemde portefeuille betaal je in dit voorbeeld met de nieuwe Box 3 in 2025 € 4.620 belasting meer dan in het oude systeem.
Wat vind ik ervan?
Ik las een artikel bij de NOS waarin de voorgestelde Box 3 werd omschreven als een ’tussenstap’. Eigenlijk is geen enkele politieke partij tevreden. Naast de zorgen over de complexiteit van het stelsel, zijn Tweede Kamerleden ook bang dat er na 2028 nieuwe vraagstukken zullen ontstaan. Zoals mensen die in de financiële problemen komen als ze belasting moeten betalen over beleggingen die ze niet makkelijk kunnen verkopen. Je moet meer geld apart hebben staan voor de belastingaanslag, dat is zeker.
Er is in het nieuwe stelsel meer administratie nodig. Ik reken erop dat we van de Nederlandse banken en brokers gewoon fiscale jaaroverzichten gaan krijgen met alle gegevens die we nodig hebben voor de belastingaangifte, en dat de Belastingdienst die ook weer vooraf invult. Maar als je niet bij een Nederlandse broker belegt heb je echt een uitgebreidere administratie te voeren. Het motiveert mensen misschien om hun beleggingen eenvoudig te houden?
In mijn FIRE berekeningen ging ik al uit van een jaarlijkse belasting van 35,0 procent over het gemiddelde rendement waar ik mee reken. Ik zit dus heel dicht bij de werkelijkheid, rekening houdend met het feit dat ik ook nog een deel spaargeld heb, en dat er een heffingsvrije opbrengst is.
Nog steeds is het wel zo dat ik meer winst maak dan ik als belasting ga betalen. Gelukkig maar. Alleen de liquiditeitsplanning wordt anders. Iets meer geld klaar hebben staan voor de belastingaanslag. FIRE worden is een stukje uitdagender in het nieuwe systeem.
Uitzoekpuntje
Er knaagt één essentieel puntje. Het is me niet helemaal duidelijk wat het fiscaal betekent als je je vermogen op gaat eten. Vrij essentieel bij FIRE. De rekenvoorbeelden die ik gezien heb gaan daar niet op in.
Stel, ik leg niet meer in maar verkoop op 1 januari voor € 20.000 aan aandelen. En ook mijn dividend onttrek ik aan het vermogen. En stel dan dat het rendement op de portefeuille € 20.000 was, dus 31 december heb ik ook weer € 200.000.
| Omschrijving | Waarde | |
| Waarde 31 dec -/- waarde 1 jan | = | € 0 |
| Aanwasvoordeel: dividend | + | € 5.000 |
| Stortingen | -/- | € 0 |
| Stortingen: dividend herbelegd | -/- | € 0 |
| Onttrekkingen | + | € 25.000 |
| Totaal Vermogensaanwas | = | € 30.000 |
| Heffingsvrije opbrengst | -/- | € 1.800 |
| Belastbare Vermogensaanwas | = | € 28.200 |
| Belastingen (36,0% tarief) | = | 10.152 |
Maar dat geld is een onttrekking aan mijn beleggingsportefeuille en daarna een storting op mijn beleggingsrekening. Op het niveau van mijn vermogen heffen die elkaar op.
Vervolgens maak ik het geld over naar mijn lopende rekening. Dat geld is een onttrekking aan mijn beleggingsrekening en daarna een storting op mijn lopende rekening. Op het niveau van mijn vermogen heffen ook die elkaar op.
Maar dan gaat het mis in mijn redeneerlijn. Want ik ga vanaf die lopende rekening boodschappen betalen. En de energierekening. Zijn dat dan ook weer onttrekkingen? Die ik erbij op moet tellen en die belast worden tegen 36,0 procent? Als dat zo is wordt het opeten van je vermogen vrijwel onmogelijk. Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen, dat dat de bedoeling is. Maar ik kan het ook nog niet uitsluiten. Dus dat ga ik binnenkort eens nader onderzoeken.
Wat vind jij van de nieuwe Box 3?
NB1: Zojuist om 10.15 uur vond in de Tweede Kamer de stemming plaats over de amendementen. Een duur woord voor voorstellen vanuit de Tweede Kamer tot wijziging van de ontwerpwet. Op één na alle amendementen zijn verworpen. Het enige amendement dat is aangenomen verplicht tot een evaluatie drie jaar na invoering in plaats van de voorgestelde vijf jaar na invoering. Dat verandert dus niets aan de rekensystematieken.
NB2: Zojuist rond 14.20 uur is de wet aangenomen.
NB3: Inmiddels heb ik in de wetstekst en het Memorie van Toelichting nog even goed gekeken naar de definitie van onttrekkingen. Artikel 5.11 van de wet geeft het antwoord, net als Groeigeld. Een onttrekking is een negatieve waardemutatie van het saldo van
bezittingen en schulden die het directe gevolg is van (a) het niet langer tot de bezittingen behoren van een bezitting, of (b) het tot de schulden gaan behoren van een verplichting.



