Over uitstel en afstel

Tsja. Een minderheidskabinet. Ik was er al bij de start niet enthousiast over. Maar ook ik kon toen niet vermoeden hoeveel dieper we in dit land nog zouden gaan zinken.
Analyse van 7 maanden minderheid
In mijn eerdere blogpost sprak ik de verwachting uit dat de vergaande bezuinigingsvoorstellen in het coalitie-akkoord niet makkelijk aan meerderheden zouden komen. Links noch rechtser van de coalitie zou wel twee keer nadenken. En dat is gebleken. Van de samenwerking met de oppositie is nog weinig terechtgekomen.
Zelf geef ik de VVD als eerste de schuld. Ik herken weinig terug van de ooit liberale partij waar ik (bekentenis) zelf ook nog een aantal jaren lid van ben geweest, een jeugdzonde. De angst voor de nog rechtsere populisten en fascisten zit inmiddels zo diep bij deze partij dat er van het liberalisme niets meer over is. Er wordt alleen nog maar gekeken naar de dreiging van rechts, niet meer naar de kansen op links. En inmiddels zou meer dan 85 procent van het politieke spectrum toch links van de VVD moeten liggen, al suggereert het aantal zetels dat extreemrechtser van de VVD ligt op dit moment anders. Dus staat VVD momenteel voor Vooral Veel Dwarsliggen.
Ook D66 is wat mij betreft één grote teleurstelling. Het tempo waarin Robot Jetten een onvervalste kloon van Mark Rutte is geworden is bijna eng te noemen. Het zal de AI wel zijn. En een octopus heeft meer ruggengraat dan deze partij (voor de biologisch onwetenden: een octopus heeft geen ruggengraat).
En daarmee wordt het moeilijk natuurlijk. Als je vooral met elkaar overhoop ligt wordt het moeilijk om voldoende aandacht aan anderen te geven. laat staan aan het land, aan regeren. Stel je voor dat er weer eens een kabinet zou komen dat daar aandacht voor zou hebben. Voor problemen oplossen. Dat zal wel nooit meer gebeuren.
Maar wat mij betreft zijn wij zelf de grootste teleurstelling. De kiesgerechtigde inwoners van Nederland. We hebben geen principes meer die ons stemgedrag leiden. Medemenselijkheid is ver te zoeken. We laten ons boos en bang maken omdat ‘zij’ ons dingen af zouden willen pakken, en we laten ons wijs maken dat er simpele oplossingen zijn voor ingewikkelde problemen. Dus stemmen grote hordes kiesgerechtigden op de volgende populist, die dan teleurstelt en/of met ruzie uit elkaar valt. Maar in plaats van daarvan te leren, hobbelen we door naar weer de volgende populist.
Prinsjesdag
Maar ja. Dan is er altijd nog Prinsjesdag. De dag van de plannen. De dag van de begrotingen. De dag van de hoop.
Uiteraard heb ik die stukken uitgebreid bestudeerd. En alle belangrijke punten op een rijtje gezet. Een lijstje:
Niks dus. Het is één grote verzameling uitstel en afstel. Bezuinigingen worden doorgeschoven. Knopen worden niet doorgehakt. Het minderheidskabinet is het niet eens met elkaar eens (want VVDwarsliggers). En meerderheden zijn ook na twee dagen Algemene Politieke Beschouwingen ver te zoeken. Gelukkig is extreemrechts verdeeld en strategisch niet zo handig. Dat compenseert een beetje voor het geblunder van de coalitie. En uiteindelijk gebeurt er helemaal niks. Behalve dat we af en toe een brug of een kanaal af moeten sluiten wegens achterstallig onderhoud, dat wel.
De afgelopen decennia is Prinsjesdag verworden tot het spel van de koopkrachtplaatjes. Het gaat allang niet meer over het oplossen van problemen, of het doorvoeren van structurele veranderingen om te zorgen dat ons land ook over dertig jaar nog OK is. Er wordt alleen nog maar aan de knopjes gedraaid in stapjes van 0,01 procent, om zoveel mogelijk groepen een ‘plusje’ te geven. Om de illusie van eeuwige groei, de leugen dat het ook volgend jaar beter gaat met jouw financiële situatie, in stand te houden. En dat je dat te danken hebt aan <vul hier de naam in van de politieke partijen die het toevallig op dit moment voor het zeggen hebben>.
In werkelijkheid is koopkracht, net als inflatie, volledig afhankelijk van jouw persoonlijke situatie. Ook daar laten we ons van alles wijsmaken, ik schreef er in 2017 en 2018 al over.
Hoe verder?
Eerst maar eens afwachten of deze plannen een meerderheid halen in de Tweede en Eerste Kamer. We hebben immers dat minderheidskabinet. Uiteindelijk zal er wel een akkoord (of akkoorden) komen met deze en geenen. Met stevig verherbouwde plannen. Zoet nu, zuur schuiven we wel weer even door.
Volgend voorjaar zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten, de leden daarvan kiezen de Eerste Kamer. Daarna krijgt er vast wel iemand belang bij nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Ik verwacht dat we voor eind 2027 opnieuw bij de stembus staan voor de Tweede Kamer. Sommige partijen zullen dan vast en zeker weer roepen dat werken moet lonen. En dat ze opkomen voor de hardwerkende Nederlander. Ik krijg steeds meer moeite om dat te geloven.
Maar als wij, de kiezers, dan allemaal eens ophouden met geloven in simplistische oplossingen en wijzen naar bepaalde groepen, en gewoon weer stemmen op principes, dan is er een kans dat het beter wordt. Ik ben niet hoopvol.
Heb jij nog hoop?

